PKD

PKD is de afkorting voor Polycystic Kidney Disease. Het is een erfelijke aandoening die bij katten voorkomt. Katten met PKD hebben in beide nieren meerdere cystes (= met vocht gevulde holtes). Zowel het aantal cystes als de omvang van de cystes zal toenemen met het ouder worden van de kat. De grootte kan variëren van enkele mm's tot enkele cm's. Deze cystes verdrukken het gezonde nierweefsel waardoor de nierfunctie minder zal worden. Je kunt het vergelijken met een ballon die langzaam opgeblazen wordt en door het groter worden het nierweefsel er omheen verdrukt.

Uiteindelijk zal er chronisch nierfalen optreden. Klachten ontstaan dan ook meestal pas op latere leeftijd. Gemiddeld pas rond de 6-7 jaar komen de eerste klachten van nierproblemen naar voren. Zolang de nieren nog voldoende functioneren, zullen er geen klachten zijn. Zodra de nierfunctie achteruit gaat en meer dan 70% van het nierweefsel is aangetast, zal de kat symptomen van nierfalen krijgen. Dit kan jaren duren. 

Symptomen
De symptomen van nierfalen zijn:

- verminderde eetlust
- vermageren
- veel drinken en veel plassen
- minder actief
- bij buikpalpatie kunnen grote bobbelige nieren te voelen zijn
- uitdroging, de huid blijft staan als je deze optilt
- bleke slijmvliezen door bloedarmoede
- braken

Behandeling
Een echte behandeling om de kat te laten genezen is er helaas niet. De cystes in de nieren kunnen niet weggenomen worden. Ze worden steeds groter en richten na verloop van tijd steeds meer schade aan. De behandeling met behulp van medicijnen en een speciaal nierdieet is erop gericht het nierfalen zoveel mogelijk te vertragen en de symptomen die als gevolg van PKD optreden te verlichten.

Indien nodig kunnen de nieren met behulp van een infuus gespoeld worden. Hierdoor wordt het bloed ontdaan van de gifstoffen. Dit is een soort dialyse. Hierdoor verbeteren de levensverwachting en de levenskwaliteit van de kat. Helaas kan de ziekte niet overwonnen worden en zal de kat uiteindelijk overlijden aan PKD. Door de kat zo goed mogelijk te ondersteunen kan dit moment zo lang mogelijk uitgesteld worden.

Achtergrond en erfelijkheid
PKD wordt veroorzaakt door een fout in het DNA waardoor een bepaald eiwit dat van belang is voor een goede nierfunctie verkeerd wordt aangelegd. De erfelijke afwijking PKD is waarschijnlijk vele tientallen jaren geleden ontstaan bij de Perzische katten. Vanuit de Pers is deze erfelijke ziekte in de Exotic terechtgekomen. Binnen die beide rassen vinden we de meeste lijders aan PKD. In het verleden zijn er nogal wat rassen gekruist met Perzen, bijvoorbeeld om de vachtkwaliteit te verbeteren of om nieuwe kleurpatronen in die rassen te brengen. Samen met de gewenste nieuwe eigenschappen is ook PKD in die rassen gebracht. Aangetoond is dat het probleem ook binnen de Brits Korthaar voorkomt, zowel in Europa als in de Verenigde Staten.

PKD overerft dominant. Dat betekent dat bij aanwezigheid van één allel PKD1 de ziekte tot uiting komt (een allel is een drager van erfelijke informatie). Als een kat PKD heeft, moeten altijd één of allebei de ouders PKD hebben. Uit twee PKD vrije ouders kan geen PKD kat geboren worden.

Preventie
Minstens zo belangrijk als het behandelen van dieren die aan PKD lijden, is voorkomen dat de erfelijke ziekte zich verder verspreidt in volgende generaties. Dat betekent dat de fokkers samen, en elk afzonderlijk, zich inzetten om de verspreiding binnen het ras en binnen de lijnen tegen te gaan door dieren die hieraan lijden uit te sluiten voor de fok.

Er zijn twee mogelijkheden om een kat op PKD te testen, te weten een echografisch onderzoek en een DNA onderzoek.

1. Echografisch onderzoek
Met behulp van een echo is de diagnose in een vroeg stadium te stellen. De minimum leeftijd waarop een echo redelijk betrouwbaar is, is 6 maanden. Laat men de kat eerder testen, het kan vanaf 8-9 weken leeftijd, dan kan een vals-negatieve uitslag gevonden worden en moet het onderzoek op een leeftijd van 6 maanden herhaald worden. Hoe ouder de kat is als deze getest wordt hoe betrouwbaarder de uitslag is. De echo dient altijd door een echospecialist te worden uitgevoerd.

2. DNA onderzoek
Er is een genmarker beschikbaar om bij katten de erfelijke aanleg voor PKD vast te stellen. Dat betekent dat op voorhand, vóórdat de dieren worden ingezet voor de fokkerij, kan worden vastgesteld welke katten op latere leeftijd in de problemen komen tengevolge van PKD. Het onderzoek met behulp van de genmarker kan de hieronder beschreven uitkomsten opleveren.

Er zijn 2 allelen, namelijk PKD1 en pkd1. Allelen komen altijd gepaard voor en hierdoor zijn de volgende combinaties mogelijk.

pkd1/pkd1     de kat is PKD vrij
PKD1/pkd1     de kat is lijder en zal in de toekomst PKD krijgen. Hij of zij kan PKD aan de volgende generatie doorgeven.
PKD1/PKD1    Uit recent onderzoek is gebleken dat deze genetische combinatie niet voorkomt bij volwassen dieren. Dit duidt erop dat het om een dodelijke afwijking gaat waarbij de kittens als embryo al sterven of vlak na de geboorte komen te overlijden.